Ook knaagdieren en fretten zijn bij ons te verkrijgen

Algemene verzorging bij knaagdieren en konijnen

Bij de knaagdieren en konijnen kan men een paar vaste regels in acht nemen rond de verzorging. We laten de fretten hier even achterwege omdat dit ze volledig anders gehuisvestigd dienen te worden dan een knaagdier of konijn. De meeste soorten die onder deze groep vallen leven in het wild in groepen, er wordt dus altijd aangeraden dat deze dieren ook bij u thuis met minstens twee dieren samen worden gehouden. Bij hamsters is het soms beter om ze solitair (helemaal alleen) in een hok te houden, omdat er wel eens gevechten kunnen ontstaan tussen twee diertjes.

Knaagdieren en konijnen moeten altijd voorzien worden van voldoende hooi. Dit heeft verschillende redenen. Een eerste reden is dat de tanden van deze dieren hun ganse leven blijven groeien, door het knabbelen op hooi slijten de tanden netjes af. Verder zorgt het ook voor een goed spijsvertering en voor vulling van de darmen. Vooral bij konijnen is het heel belangrijk dat de spijsvertering altijd actief bezig is met de vertering. Als het dier niet voldoende hooi gevoederd wordt kan de spijsvertering namelijk stil komen te liggen. De goede bacteriën die aanwezig zijn in de darmen bij konijnen sterven namelijk af bij onvoldoende activiteit. Bij een tekort aan deze bacteriën wordt het diertje vlug ziek en kan het zelfs sterven.
Als bodembedekking kan men kiezen tussen houtvezel, stropellets of stro. Elk heeft zijn voor- of nadeel.

 

Voordeel

Nadeel

·         Stro

Weinig tot geen stof

Kan in de ogen prikken

 

Goedkoop

Neemt weinig vocht op

 

Composteerbaar

 

 

Geeft veel warmte af

 

 

Eetbaar

 

·         Houtvezel

Neemt veel vocht op

Stoffig!!

 

Goedkoop

Niet eetbaar

 

Composteerbaar

 

·         Strokorrel

Milieuvriendelijk (compost)

Dier kan uitglijden

 

Geen stof

Duurder

 

Hoge vochtopname

Niet eetbaar

 

Geurvrij

 

Wat nog niet mag ontbreken in de kooi bij deze dieren is een schuilhuisje. Omdat knaagdieren en konijnen in het wild prooidieren zijn (dit wil zeggen dat ze gevangen en opgegeten worden door andere dieren) verschuilen ze zich graag als er onraad schuilt.
Als laatste moet men er ook op toezien dat de diertjes zich niet vervelen in hun verblijf. Af en toe het hok herinrichten bij kleine knaagdieren kan wonderen doen. Ook speeltjes, loopratjes, schuilhuisjes of andere niet giftige materialen zal uw kleine knager zeker waarderen.
Ook takken van fruitbomen of wilgentakken kunnen een goede aanvulling zijn om op te knagen. Als men takken van fruitbomen wil geven moet men opletten dat die afkomstig zijn van bomen die pitvruchten dragen (appel, peren) en niet van bomen die steenvruchten dragen (perziken). De takken van steenvruchtdragende bomen zijn namelijk giftig. Wilgentakken worden heel graag gegeten door konijnen en bevatten zelfs een bestanddeel dat pijn verlicht. Geef takken altijd met mate, zorg dat ze vrij zijn van vuil en pesticiden en was ze grondig af voor je ze aan je dieren geeft.

Konijn

Konijnen zijn de bekendste troeteldieren voor kinderen, ze worden in menig huiskamer als huisdier gehouden. In tegenstelling tot wat de meeste mensen denken behoren konijnen niet tot de knaagdieren, maar tot de haasachtigen. Dit wil uiteraard niet zeggen dat konijnen niet graag knagen.
Als men een konijn wil houden moet men met een aantal zaken rekening houden. Allereerst is het belangrijk te weten dat een konijn een groepsdier is, hen alleen houden is een optie die minder aan te raden is. Als soortgenoot kan men best een ander konijntje nemen van hetzelfde geslacht, zelfs een cavia is een ideale kooigenoot. Bij het houden van twee dieren moet men er dus ook op toezien dat de kooi die men wil aanschaffen ruim genoeg is om twee dieren te huisvesten. Als hoogte van de kooi moet men erop toezien dat de dieren nog op hun achterpootjes kunnen staan. Konijnen zijn van nature uit geen vijandige dieren dus samen huisvesten met een totaal vreemd konijn vormt praktisch nooit problemen.
Verder dienen langharige konijnen zeker wekelijks geborsteld te worden om samenklitten van de vacht te voorkomen. Ook een maandelijkse controle van de tanden en de nageltjes is aan te raden. Omdat de tanden en de nagels blijven groeien kunnen er daardoor al eens problemen ontstaan. Als de tanden te lang worden (olifantstanden) dan kunnen ze in de wang of de tong van het dier snijden en zal het niet meer eten, waardoor het uiteindelijk zal sterven. Te lange nagels kunnen afscheuren en gaan bloeden, of ze kunnen zorgen dat u zich eraan kwetst.
Konijnen lopen graag vrij in huis of in een omheind stuk tuin. Houdt rekening dat –vooral vrouwelijke- konijnen putten en gangen kunnen graven, zorg dus voor een stuk kippengaas op of onder de grond. Als men de dieren vrij in huis wil laten lopen moet men opletten voor eventuele giftige huisplanten en losliggende elektriciteitskabels. Konijnen zijn trouwens heel goed zindelijk te maken, wat een groot voordeel is als uw dier rondloopt in huis.
Als laatste is het belangrijk dat men een goede, uitgebalanceerde voeding voorziet voor konijnen. Hooi en groenten mogen zeker niet ontbreken in het menu van je konijn. Men mag veel groenten voederen, maar met sommige groenten mag je niet overdrijven. Wortels (bevatten heel veel suiker), kolen en sla (zorgen voor gasophoping in de darmen), en fruit (diarree) moeten met mate gevoederd worden.

Cavia

Cavia’s worden heel vaak gehouden omdat het vriendelijke en aaibare dieren zijn. Een cavia zal niet snel bijten en laat zich goed hanteren. Met kleine kinderen zijn ze minder aan te raden omdat het wel vlugge dieren zijn. Het houden van deze dieren loopt in grote lijnen gelijk met het houden van konijnen.
Echter is een cavia wel gevoelig voor te hoge en te lage temperaturen. De ideale temperatuur voor een cavia ligt tussen de 18 en 25 graden, hier moet zeker rekening mee gehouden worden. Tocht is ook gevaarlijk, daar kunnen de dieren ziek van worden.
De voorziening van voer bij de cavia is wel wat anders dan bij andere knaagdieren of konijnen. Een cavia is namelijk 1 van de enige dieren (samen met de mens en de mensapen) die zelf geen vitamine C kunnen aanmaken. Daarom is het belangrijk dat cavia’s voldoende vitamine C binnenkrijgen via hun voeding. De te verkrijgen caviakorrels in dierenzaken zijn altijd voorzien van extra vitamine C, dit is ook erg belangrijk. Zorg dus zeker dat je geen konijnenvoer aan je cavia gaat geven. Ook de bewaring van het voer is van belang. Vitamine C is “een vluchtige vitamine” en verdwijnt snel uit het voer als het niet afgeschermd is van de buitenlucht. Bewaar je caviavoer dus altijd in een afsluitbare voederton. Een andere oplossing is een vitaminepreparaatje bijgeven in de voeding of in het water van de cavia, zo heeft je diertje nooit vitamine te kort. Ook hier mogen groenten, fruit en hooi niet ontbreken op het menu van de cavia.

Hamster

Hamsters zijn, in tegenstelling tot de meeste andere knaagdieren, nachtactieve diertjes. Dit wil zeggen dat je ze overdag praktisch nooit zal zien rondlopen in hun hok. Deze dieren kan men zowel solitair (alleen) als in groep houden. Er zijn een paar soorten hamsters te verkrijgen, ze worden ingedeeld in de dwerghamsters en de goudhamster. Onder de dwerghamsters vind je soorten als de Russische dwerghamster, de Roborovski dwerghamster of de Chinese dwerghamster.
Hamsters zijn niet erg moeilijk te houden. Het zijn zeer propere diertjes en ze vragen niet veel onderhoud. Als ze een slaaphuisje, wat speelgoedjes en een loopradje hebben zijn ze al meer dan tevreden. Hamsters zijn echte klimmers en acrobaten dus een kooi voorzien met spijlen is ideaal voor hen.
Een gewone hamstervoeding is meestal voldoende om je lieveling fit en optimaal gezond te houden. Hamsters zijn de enige knaagdieren die wangzakken hebben. Ze doen niets liever dan al hun voer daarin verzamelen en het dan naar een voor hen veilige plek te verplaatsen. Maar omdat het de voeding nat geweest is door het transport in de wangzakken kan het gaan beschimmelen. Controleer dus zeker wekelijks te voer verstopplaatsen van je diertje en verwijder deze ook als het nodig is. Als extraatje lusten ze heel graag, maar absoluut in kleine mate, groenten en fruit. Af en toe een beetje dierlijke eiwitten kunnen zeker geen kwaad. Daarom kan je hen wekelijks verwennen met een klein beetje hardgekookt ei, gedroogde meelwormen of zelfs een paar honden of kattenbrokjes. Let op met te suikerrijke voeding zoals knabbelstokken of snoepjes, geef die liever met mate. Geef zeker nooit snoep, honing of andere voedingsmiddelen die kleven aan uw hamster. Die voedingsmiddelen kunnen namelijk warm worden en gaan smelten in de wangzakken, die kunnen dan dichtkleven.
Het kan al eens voorkomen dat een goudhamster een winterslaap gaat houden. Normaal gebeurt dit niet omdat ze gehouden worden in warme huiskamers en de omgevingstemperatuur blijft daar meestal stabiel. Maar toch komt het een enkele keer voor dat er toch een hamster in winterslaap gaat. Men moet hierop aandachtig zijn. Een hamster in winterslaap mag in geen geval gewekt worden, het hartje gaat zo in een te korte tijd te snel kloppen en dat kan dodelijk zijn voor het dier. Verwar een dier in winterslaap nooit met een dood dier, want ook dit komt jammer genoeg voor.

Muizen en ratten

Muizen en ratten vragen ongeveer dezelfde huisvesting als hamsters. Uiteraard is het wel van toepassing dat ratten een grotere kooi nodig hebben dan hamsters of muizen. In tegenstelling tot hamsters kan hem ratten en muizen wel in groep houden. Al treed er hier soms ook conflict op, dan is het toch beter om de dieren gescheiden te houden.
Omdat muizen en ratten nog meer klimmen dan hamsters is een hoge kooi met spijlen van groot belang. Men kan best verschillende schuilhuizen en slaapplaatsen voorzien. Ratten zijn heel erg intelligente dieren en kunnen zich snel gaan vervelen. Daarom is het van belang dat deze dieren zich niet vervelen in hun kooi. Af en toe de kooi herinrichten of voorzien van voldoende speelgoed zorgt al voor een fijne ervaring. Men kan speelgoed aankopen, maar uiteraard kan men ook zelf voorzien in speelgoed. Een rat kan zich uren bezighouden met lege wc-rolletjes, tissuedoosjes, wc-papier of oude kledij.

Chinchilla

Chinchilla’s worden niet vaak gehouden en zijn dus echt voorbestemd voor de liefhebbers. Net als de hamster is de chinchilla nachtactief en wordt liever niet gestoord overdag. Het zijn ook heel erg sociale dieren en worden bij voorkeur in een (kleine) groep gehouden van minstens twee dieren.
In tegenstelling tot wat sommige mensen denken is een chinchilla niet zo simpel tam te maken als een konijn of een cavia. De pluizige vacht van deze dieren doet veel mensen vermoeden dat ze een hoge aaibaarheidsfactor hebben, helaas is dit niet echt het geval. Als je echt een diertje wilt voor de kinderen om te knuffelen neem je dan toch beter een cavia of konijn.
De inrichting van de kooi bij chinchilla’s is wel belangrijk. Het zijn geen klimmende dieren maar ze springen heel erg graag. Een hoge kooi met veel verschillende niveaus zal dus de voorkeur bieden. Per diertje dat aanwezig is in de kooi moet er een slaaphokje voorzien worden. Chinchilla’s zijn gevoelig voor stof. Men kiest dus best niet voor houtvezel als bodembedekking. En goed alternatief zijn strokorrels.
Omdat de vacht van chinchilla’s van bijzondere structuur is (ze hebben ongeveer 20.000 haren per cm2 en hun haar is 30x dunner dan een mensenhaar) is het belangrijk dat deze goed onderhouden wordt. Chinchilla’s doen dit door zelf hun vacht te poetsen en proper te likken. Echter nemen ze het liefst van al een zandbadje. Er is daarvoor speciaal chinchillazand op de markt dat extra dun en zacht is. Dit houdt de vacht glanzend en zacht. De dieren zullen zich naar hartenlust rollen in het zand. Het zand moet af en toe vervangen worden, want in “oud zand” wordt er niet meer gerold.

Gerbils

Gerbils zijn zeer vriendelijke knaagdieren die dikwijls in groepen worden gehouden. Het zijn lieve en sociale dieren, maar zijn net als de chinchilla niet snel tam te maken. Het grote voordeel is dat een gerbil niet snel zal bijten, zelfs niet als ze zich bedreigd voelen. Neem een gerbil echter nooit op aan de staart, dit kan beschadigingen opleveren.
Als verblijf voor deze dieren kiest men best van al voor een grote glazen of plastic bak, dit kan een aquarium zijn. Een traliekooi gebruiken is af te raden omdat gerbils verwoede gravers zijn en het binnen de kortste keren een echte puinhoop wordt rond het hok. Er mag dus zeker een dikke laag bodembedekking in de kooi komen, met een voorkeur voor houtvezel. Gerbils kunnen een redelijke hoogte springen, het is dus aan te raden om een net in gaas te voorzien op je bak. Neem nooit een gesloten dak omdat het al snel heel erg warm kan worden in je bak, zet ze ook nooit in direct zonlicht.
Een gewone basismengeling voor gerbils is zeker meer dan voldoende. Men kan hun rantsoen nog aanvullen met kleine insecten, honden-of kattenvoer, groenten en fruit.
Ook deze dieren hebben nood aan plaatsen waar ze zich kunnen verschuilen. Neem bij voorkeur geen zware voorwerpen, het kan altijd gebeuren dat een gegraven tunnel instort en er dus per ongeluk een gerbil onder de schuilplaats vast komt te zitten. Ook mogelijkheid tot bewegen is zeker noodzakelijk bij een gerbil. Men kan dit voorzien door een loopradje in het hok te bevestigen. Verder zijn deze diertjes woestijndiertjes en houden ze ervan om, net als de chinchilla, zich af en toe te wassen in zacht chinchillazand. Hiervoor kan men best een grote bak voorzien en af en toe dient het zand vervangen te worden.

Fretten

Een fret behoort niet tot de knaagdieren, maar tot de marterachtigen. Ze kunnen heel erg tam gemaakt worden en houden van spelen en aandacht krijgen. Het zijn heel nieuwsgierige dieren en houden ervan om op onderzoek uit te gaan.
De huisvesting moet met zorg opgebouwd worden. Allereerst zijn fretten heer en meester in het ontsnappen of proberen te ontsnappen. Er moet dus goed uitgekeken worden welke materialen men gaat gebruiken om een hok te maken of welke kooi men koopt in de winkel. De traliekooi wordt nog het meeste gebruikt, maar het is wel een grote uitdaging om deze proper te krijgen en te houden als er fretten in wonen. Soms wordt ook een houten konijnenhok gebruikt, al kan hout snel vernield worden door je fret. Heel af en toe wordt een glazen bak gebruikt, maar fretten kunnen niet goed tegen hoge temperaturen dus dit moet heel goed gemonitord worden. Omdat fretten vrij speels zijn, is het voor hen altijd fijn om eens vrij te kunnen rondlopen. Ze doen niets liever dan nieuwe kamers ontdekken en spelen met alles wat ze vinden. Men moet echter altijd aandachtig zijn als de fret in huis rondloopt. Losse elektriciteitskabels, andere huisdieren, huishoudproducten of giftige planten worden ook vaak van dichtbij onderzocht en dit kan een gevaar worden. Doe dus altijd eerst een controle voor je het fretje zomaar in huis laat rondlopen.
Fretten zijn strikte carnivoren, dit wil zeggen dat ze enkel maar dierlijk voedsel eten. De verkrijgbare voeding in korrelvorm is al een geschikte basis om je fret te voeden. Uiteraard kan men hierin ook wat verder gaan. Ze zijn dol op nat kattenvoer, diepvriesmuizen en af en toe een gekookt eitje. Men moet wel opletten met rauw vlees, dit kan mogelijk bacteriën bevatten die je fret ziek kunnen maken. Zelfs een besmetting op de mens is hierbij zeker niet uitgesloten. Een mogelijke oplossing is het vlees eerst verhitten, maar dit maakt het voor de fret minder smakelijk.